Sponsors

zorgen

voor jezelf      

zorgen

voor elkaar

Particulieren, Instellingen en Bedrijven, waaronder:

Stichting HELP http://www.stichtinghelp.nl

Stichting HELP wil dat de omgang met natuur, dieren en elkaar belangrijker
wordt in de samenleving, kortom een betere samenleving met meer gevoel
voor elkaar en meer bescherming voor de zwakkere. Om dat te bereiken is
allereerst een mentaliteitsverandering van de medemens nodig.


 



Cosmetisch Instituut, Dyvon"
Kerspel 17 te Norg.
Tel: 0592-612051.
 
(Ook Ďs avonds en in het weekend geopend.)

Wellness Puur.
 
Heerlijk ontspannen tijdens een uitgebreide gezichtsbehandeling met
biologische producten, geschikt voor de meest gevoelige huid.
Luxe, kwaliteit, sfeer en toch heel betaalbaar. En... van iedere behandeling,
geboekt via deze website, gaat 5 euro naar de Stichting Hindha.
 
Het zou eigenlijk heel vanzelfsprekend moeten zijn: een goede
huidverzorging moet in de eerste plaats goed zijn voor uw huid.
Dat betekent heel concreet: alle ingrediŽnten die op uw huid
worden aangebracht moeten goed verdragen worden op de korte
en de lange termijn. Op de tweede plaats: de ingrediŽnten moeten
zo gekozen zijn dat ze doen wat ze beweren te doen. Valse beloftes
zijn uit den boze. Er kan slechts beloofd worden dat uw huid in de
best mogelijke toestand kan gehouden of gebracht worden, binnen
de mogelijkheden van uw persoonlijke genetische aanleg.

Bovendien vinden wij dat het individuele belang van een gezonde huid in
harmonie moet blijven met het algemene belang. Dat betekent onschadelijk
voor elk individu op deze aarde. Wij gebruiken enkel ingrediŽnten die niet
schadelijk zijn voor u, niet voor anderen, niet voor dieren en niet voor het milieu.

Deze basisopvatting vraagt een regelmatig herzien van de producten op basis
van nieuwe wetenschappelijke en maatschappelijke bevindingen. Wij volgen de
nieuwste informatie op de voet op en passen waar nodig onze producten aan
zodat u steeds zeker bent van de beste kwaliteit, in overeenstemming met onze principes.



Albert van den Belt,
 schrijver van het boek  Het VOC-bedrijf op Ceylon

September 1979 zag ik Sri Lanka voor de eerste keer. Overgevaren met de pont vanuit Zuid-India
kwam ik in de duisternis aan in Talaimannaar. Geen elektriciteit en t.v., overal olielampjes, onbekend
voedsel en een ontspannen, verstilde sfeer zoals ik me de jaren vijftig in Nederland herinnerde.
Dat Sri Lanka is allang verdwenen, maar door mijn bijna jaarlijkse terugkeer in de vakantieperiode
verliepen de veranderingen geleidelijk en vrijwel onopgemerkt. Tussen nu, 2008, en dat eerste
moment onder de palmen van het strand van Talaimannaar heeft het land veel schokkende dingen
meegemaakt; gelukkig zijn mij problemen bespaard gebleven, maar ik weet van de angst van mensen
die ik goed kende.

Waarom een land je fascineert heeft zijn reden en die van mij is in de eerste plaats de fascinatie met
de overblijfselen van de VOC. De kerk en het fort van Galle, het fortje van Kalpitiya in het noordoosten,
de overblijfselen van het Fort Frederick in Trincomalee. Tijdens het eerste bezoek in 1979, dat een
half jaar kon duren, heb ik ze allemaal bezocht, rondtrekkend met de bus door het halve land en
overnachtend in eenvoudige guesthouses en, indien mogelijk, in een van de karaktervolle resthouses.
Sri Lanka was toen nog een beetje oud, Colombo niet veel hoger dan vier, vijf verdiepingen.
En als toerist was je nog een beetje de gerespecteerde bezienswaardigheid.

Geschiedenis is mijn vak en ten tijde van de eerste kennismaking met het land wist ik nog niet waarin ik
mij verder zou specialiseren. Eigenlijk wist ik in 1979 niet meer dan dat Ceylon een anderhalve eeuw
onder de VOC was geweest. De architectonische overblijfselen uit die periode, de afstammelingen
van de Compagnies-dienaren met hun Nederlandse achternamen en een aantal Sri Lankaanse historici
die zich in de Dutch Period hadden gespecialiseerd (en dus Nederlands lazen en in het archief in
Den Haag hadden gewerkt) dreven mij naar het Nationaal Archief van Sri Lanka in Colombo.
Toen een onaanzienlijke behuizing waar elke dag wel een gifslang op de trappen werd doodgeslagen.
Nu een imponerend gebouw van vele verdiepingen hoog. Eenmaal besloten dat ik mij verder in de VOC
geschiedenis op Sri Lanka zou verdiepen kwam eerst een doctoraal scriptie tot stand en pas na vele
jaren het boek dat hiernaast staat afgebeeld. Nog elk jaar breng ik vele weken door in
de Sri Lanka National Archives, waar 330 meter aan VOC-documenten uitnodigen tot verder onderzoek.